Onze bijen

“If the bee disappeared off the surface of the globe then man would only have four years of life left. No more bees, no more pollination, no more plants, no more animals, no more man”.

Einstein

Bijen zijn onmisbaar. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze van levensbelang zijn. De bij is namelijk verantwoordelijk voor de bestuiving van bijna 90 procent van de bloeiende plantensoorten in het wild en voor meer dan 75 procent van onze belangrijkste gewassen. Bestuiving maakt het mogelijk dat planten vruchten kunnen dragen en zich kunnen voortplanten. Zouden er geen bijen zijn, betekent dat niet alleen dat we ons lepeltje honing in de thee moeten missen. Zonder bijen komt onze hele voedselproductie en daarmee onze voedselzekerheid in gevaar.

Helaas gaat het wereldwijd slecht met bijen en andere bestuivende insecten, zoals vlinders. Door onder andere bestrijdingsmiddelen in de landbouw wordt op dit moment meer dan 40 procent van de bijensoorten met uitsterven bedreigd. In Nederland is dat zelfs meer dan de helft. Daarom vinden we het belangrijk om verschillende projecten en initiatieven te ondersteunen die het leefmilieu van de bij helpen verbeteren. Ondertussen zorgen we natuurlijk ook zo goed mogelijk voor onze eigen bijen!

Een kijkje In de bijenkorf

Onze honingbijen leven in een goed georganiseerde sociale gemeenschap van werkbijen, darren en een koningin. Ieder heeft een eigen taak en er wordt intensief samengewerkt.

De koningin paart in de eerste twee weken van haar bestaan in de lucht met meerdere mannetjesbijen, de darren. De bevruchte koningin kan daarna gedurende drie tot vijf jaar wel meer dan een miljoen eitjes per jaar leggen. In elke cel van de honingraat legt ze één eitje. De uitgekomen larfjes worden gevoed met koninginnegelei (een mengsel van honing, stuifmeel en afscheiding uit de speekselklieren van de jonge werkbij), stuifmeel en nectar. Op de achtste dag wordt de cel afgedekt met een waslaagje, waarna het larfje zich verpopt tot volwassen bij.

Darren zijn de mannelijke bijen. Ze worden gevoed door de werkbijen en hebben tot taak de koningin te bevruchten. Ook helpen ze met hun behaarde en grotere lichamen mee het broed te verwarmen. Een bijenvolk van ongeveer 50.000 bijen telt niet meer dan 300 darren. Na de zomermaanden stopt hun voedseltoevoer, waardoor ze sterven.

De werkbij fungeert de eerste drie weken van haar bestaan als huisbij: ze maakt cellen schoon, voedt zich met honing en stuifmeel en voedt de larven. Als ze tien dagen oud is begint ze met het bouwen van raten met zeskantige cellen. Na drie weken vliegt ze uit als haalbij. Eerst nog aarzelend, maar steeds meer doelgericht. Ze verzamelt nectar, stuifmeel, water en boom- en plantenhars. De werkbij is heel flexibel. Als het nodig is, kan ze ook weer huisbij worden.